Hoge officier van het Korps Mariniers van de VS spreekt zijn bewondering uit voor de “revolutionaire” manier waarop Rusland de oorlog in Oekraïne heeft gevoerd

door Dr. Leon Tressell

Gewone mensen in het Westen, die de mainstream media lezen en beluisteren, hebben een reeks verhalen voorgeschoteld gekregen over de oorlog in Oekraïne. Blijkbaar heeft Rusland zijn oorlog in Oekraïne sinds de eerste dagen van het conflict verloren. Het bewijs hiervoor is het feit dat Rusland er blijkbaar niet in is geslaagd Kiev en andere steden in het noorden te veroveren in de eerste paar weken van het conflict. Tijdens de mislukte poging om Kiev en andere noordelijke steden te veroveren, hebben de Russische troepen talrijke oorlogsmisdaden begaan door artillerie- en raketaanvallen uit te voeren op civiele infrastructuur en woonwijken. Tot overmaat van ramp hebben de Russische strijdkrachten enorme verliezen geleden, is het aantal deserteurs hoog en zijn de generaals een stel klungelige dwazen, die nog niet eens een zuippartij in een brouwerij kunnen organiseren. Blijkbaar is het slechts een kwestie van tijd, voordat de kwaadaardige Russische horden met de staart tussen de benen over de grens worden teruggedreven door een combinatie van Oekraïense moed en westerse bewapening.

Het beeld dat wordt geschetst van de oorlog in Oekraïne, is volledig in strijd met de realiteit van de situatie ter plaatse. Verrassend genoeg wordt deze bewering, die de westerse mediaverhalen over de oorlog volledig ondermijnt, ondersteund door een artikel in het augustusnummer van de United States Marine Corps Gazette. Onder het pseudoniem Marinus, geeft een hoge officier van het Korps Mariniers een objectieve analyse van de Russische militaire strategie sinds eind februari. Het ondermijnt volledig de verhalen die door de Westerse media en pro Washington politici worden gegeven.

Marinus observeert hoe Rusland drie verschillende militaire campagnes heeft gevoerd sinds het begin van de oorlog, eind februari 2022. In het noorden hebben de snel bewegende Russische troepen nooit geprobeerd steden als Kiev of Charkov in te nemen, ze hebben nooit geprobeerd een tijdelijke bezetting om te zetten in permanente bezetting. Hun hele doel was te fungeren als een “grote misleiding”, die de regering van Kiev ertoe bracht grote troepenmacht aan haar hoofdveldleger in de Donbass te onttrekken. Dit gaf het Russische leger de tijd, om zijn artillerie-eenheden in groten getale in de Donbass in te zetten, transportnetwerken veilig te stellen en grote hoeveelheden munitie op te slaan voor de lange campagne die voor de deur stond.

In de zuidelijke campagne “namen de Russische strijdkrachten onmiddellijk bezit van vergelijkbare steden”. Dit ging gepaard met een grondige politieke transformatie, waarbij Russische ambtenaren de controle over het lokale bestuur overnamen en Oekraïense banken en aanbieders van mobiele telefonie werden vervangen door Russische. Daarnaast voerden Russische troepen razzia’s uit in de omgeving van de stad Mikolaiv. Deze invallen dwongen het Oekraïense leger, net als die rond de noordelijke steden, troepen te sturen om Mikolaiv en Odessa te verdedigen, die anders naar het hoofdtoneel van de operaties in de Donbass hadden kunnen worden gestuurd.

Marinus benadrukte, hoe bij deze Russische invallen in zowel het noorden als het zuiden van Oekraïne, zware bombardementen op burgergebieden werden vermeden, wat lijnrecht ingaat tegen de propaganda van de westerse media over Russische aanvallen op burgergebieden. Hij merkt op dat deze poging om bombardementen op burgergebieden in het noorden te vermijden “voortkwam uit de wens om de lokale bevolking, die de regering in Kiev steunde, niet tegen zich in het harnas te jagen”. Marinus stelt, dat de Russische strijdkrachten in het zuiden probeerden de levens en eigendommen van gemeenschappen die zich als ”Russisch” identificeerden te beschermen.

Hij merkt op hoe het Russische gebruik van geleide raketaanvallen “een aantal morele effecten creëerde, die gunstig waren voor de Russische oorlogsinspanning”. Marinus benadrukt dat de Russische raketaanvallen met geleide raketten, door hun oordeelkundig gebruik van militaire doelen en de precisie van de raketten, zo zorgvuldig mogelijk zijn uitgevoerd om nevenschade, d.w.z. burgerslachtoffers, te voorkomen. Hij merkt wel op dat Russische aanvallen op “dual use facilities”, zoals de belangrijkste tv-toren in Kiev, af en toe de “voordelen ondermijnden van het algemene Russische beleid om raketaanvallen te beperken tot duidelijke militaire doelen”.

In het oosten van Oekraïne, in de regio Donbass, voerden de Russische troepen bombardementen uit, “die qua duur en intensiteit niet onder deden voor de grote artilleriegevechten uit de wereldoorlogen van de twintigste eeuw”. Deze zware bombardementen in de Donbass werden mogelijk gemaakt door korte aanvoerlijnen en dienden drie doelen. Ten eerste werd de Oekraïense infanterie vastgezet in hun fortificaties. Ten tweede hebben ze een groot aantal slachtoffers gemaakt, zowel fysiek als psychologisch. Het psychologische effect heeft vele Oekraïense eenheden ertoe gebracht, zich terug te trekken en hun posities te verlaten of bevelen om aan te vallen te weigeren. Ten derde hebben deze bombardementen, wanneer zij lang genoeg werden uitgevoerd, de verdedigers gedwongen zich uit hun loopgraven terug te trekken of zich over te geven.

Marinus vergelijkt de omvang van het Russische bombardement in de Donbass, door de strijd om de stad Popasna (18 maart tot 7 mei 2022) te vergelijken met de slag om Iwo Jima (19 februari tot 26 maart 1945). Op Iwo Jima vochten Amerikaanse mariniers een woeste strijd om, acht vierkante mijl versterkte grond te veroveren. In Popasna bombardeerden Russische kanonniers acht weken lang de Oekraïense infanterie in hun loopgraven voordat zij zich terugtrokken na zware verliezen te hebben geleden.

De offensieve operaties van Rusland in het oosten van Oekraïne, zijn door velen, zowel pro-Oekraïens als pro-Russisch, bekritiseerd als traag en moeizaam. Marinus vergelijkt de Russische operaties in de Donbass met de oorlog aan het Oostfront, tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar zowel de Duitse als de Russische strijdkrachten uitgebreid gebruik maakten van ketels, waarin vijandelijke troepen werden omsingeld en vervolgens vernietigd of tot overgave gedwongen. Hij merkt op dat:

“De bevrijding van de wens om zo snel mogelijk ketels te creëren, bevrijdde de Russen die in Oost-Oekraïne vochten van de noodzaak om een bepaald stuk grond in handen te houden. Bij een vastberaden Oekraïense aanval trokken de Russen dus vaak hun tank- en infanterie-eenheden terug uit het betwiste terrein. Op die manier beperkten zij het gevaar voor hun eigen troepen en creëerden zij situaties, hoe kort ook, waarin de Oekraïense aanvallers zonder beschutting werden geconfronteerd met Russische granaten en raketten.

Dit punt is ook in tegenspraak met alle triomfantelijke westerse propaganda die grote nederlagen voor Rusland afkondigt, wanneer Oekraïense troepen kleine tactische overwinningen behalen en Rusland troepen terugtrekt uit een positie. De Russische terugtrekking van Snake Island is daar een goed voorbeeld van.

In het laatste deel van zijn artikel legt Marinus de nadruk op het schrille contrast tussen de verschillende soorten oorlogsvoering, die de Russische strijdkrachten in verschillende delen van Oekraïne hebben gevoerd. Zij maakten alle deel uit van een algemene grote strategie, met als hoofddoel de vernietiging van de Oekraïense strijdkrachten in de Donbass en de bevrijding van de Volksrepublieken Donetsk en Lugansk uit de greep van Kiev.

De drie hoofddoelstellingen van de “speciale militaire operatie” van Rusland – bescherming van de DPR/LPR, denazificatie” en “demilitarisering” van Oekraïne – vereisten “het toebrengen van zware verliezen aan Oekraïense formaties die in de Donbass vechten”. Marinus wijst er met nadruk op, dat voor geen van deze hoofddoelstellingen Russische troepen delen van Oekraïne moesten bezetten waar de meerderheid van de bevolking zich als Oekraïner identificeerde en de regering in Kiev steunde. Ook dit is een punt dat de zogenaamde militaire analisten van de westerse media niet begrijpen. In het zuiden van Oekraïne diende de Russische campagne echter rechtstreekse politieke doelstellingen, namelijk de inlijving van gebieden die door grote aantallen etnische Russen werden bewoond in de “Russische wereld”.

Concluderend verklaart deze hoge marineofficier, dat de militaire campagne van Rusland veel te danken heeft aan traditionele Sovjetmodellen van oorlogvoering. Hij spreekt echter ook zijn bewondering uit voor het unieke karakter van de huidige militaire campagne, die door de Russische strijdkrachten in Oekraïne wordt gevoerd:

“Tegelijkertijd maakt het programma van raketaanvallen gebruik van een mogelijkheid, die niets minder dan revolutionair is. Maar of ze nu nieuw of oud waren, ze werden uitgevoerd op een manier, die getuigde van een diepgaande waardering van alle drie de gebieden waarin oorlogen worden gevoerd. Dat wil zeggen, de Russen vergaten zelden dat oorlog niet alleen een fysieke strijd is, maar ook een mentale wedstrijd en een moreel argument.”

Plaats een reactie